Soms zeggen mensen tegen me: "Wat ben je ontzettend goed hersteld na je hersenstaminfarct. Wat heb jij een geluk gehad, moet je kijken wat je allemaal weer kan!" Ik snap dat ze het goed bedoelen, maar eerlijk gezegd vind ik het vaak gewoon kut om te horen.
Begrijp me niet verkeerd: ik ben superblij met wat ik allemaal weer kan. Maar dat zogenaamde 'geluk' is zo relatief. Als ik destijds had mogen kiezen, dan bleef ik heel graag gewoon de oude van vóór het gebeuren. Ik had dit alles verdomme liever helemaal niet meegemaakt, haha.
Aan de buitenkant zien mensen nu een succesverhaal, maar daarmee gaan ze compleet voorbij aan de onzichtbare strijd die er nog dagelijks is. Het voelt alsof de heftigheid van wat er gebeurd is en de loodzware weg die ik heb afgelegd, even snel worden weggepoetst. Bovendien schept het een soort verwachting, alsof ik nu altijd maar die stijgende lijn moet laten zien en er geen ruimte is voor de momenten dat het minder gaat. Voor de buitenwereld ben ik misschien weer grotendeels functioneel, maar de interne verandering en de kloof tussen wie ik toen was en nu ben, zien ze niet. Vaak voelt zo'n opmerking ook als een makkelijke manier voor de ander om een ongemakkelijk gesprek snel een positieve draai te geven, zonder echt te vragen hoe het nu écht van binnen met me gaat.
Toch merk ik dat er de laatste tijd iets is veranderd. Sinds ik het heb geaccepteerd, voel ik niet meer die constante neiging of bewijsdrang om mensen te overtuigen van de impact die dit op mijn leven heeft gehad. Ik realiseer me heel goed dat de overgrote meerderheid simpelweg geen flauw idee heeft wat een hersenstaminfarct eigenlijk inhoudt. Ze kunnen het ook niet echt begrijpen. Juist daardoor kan ik er nu makkelijker overheen stappen. Als iemand nu zoiets zegt, denk ik sneller: ach toe maar. Ik heb hun validatie of begrip niet meer nodig om te weten wat mijn realiteit is.