De IC-periode en de sondevoeding
Net zoals andere functies gaandeweg weer heel langzaam terugkwamen, verliep ook het herstel van eten en drinken in fasen. In het begin werkte er helemaal niets. Ik had een sonde—een slang die rechtstreeks via mijn keel naar mijn maag liep—waardoor ik een paar keer per dag voeding kreeg. Smaak had ik niet, behalve wanneer ik een boer liet en de lucht naar boven kwam. Dat deed me altijd sterk denken aan koffiemelk.
Water de verkeerde kant op
Toen ik in Enschede op de IC lag, wilde een verpleegkundige me een slokje water geven. Hij was dolblij and trots dat het zo goed ging en dat al het water direct wegliep. Alleen liep het de verkeerde kant op: rechtstreeks mijn longen in, met een flinke longontsteking tot gevolg. Dat was waarschijnlijk niet de enige oorzaak; omdat mijn middenrif niet werkte, kon ik niet hoesten, dus die longen hadden het sowieso al zwaar.
Het kantelpunt aan bed
Ik mocht pas naar Het Roessingh als ik ontstekingsvrij en stabiel was. Ik weet nog goed dat de arts aan mijn bed vertelde dat ze me niet meer zouden reanimeren als ik weer achteruit zou gaan. Vanbinnen was ik werkelijk woedend en heb ik die arts compleet vervloekt, maar alles zat vast in mijn hoofd. Ik kon op geen enkele manier mijn onvrede uiten. Gelukkig was het achteraf niet nodig; ich werd stabiel en mocht eindelijk beginnen aan mijn revalidatie.
Sliktherapie in Het Roessingh
In Het Roessingh startte al snel de ergotherapie. Eerst aan bed, later reed ik in mijn flitsende elektrische rolstoel naar de therapieruimte. Er werd volop getraind op praten en geluid maken, maar later verschoof de aandacht naar het slikken. Dat begon heel voorzichtig: hoofd omhoog, een klein beetje dikke vloeistof zoals vla, en dat stapsgewijs steeds dunner maken. Al die tijd liep de voeding nog via de sonde. Er stond zelfs al een operatie gepland om een sonde rechtstreeks via de buikwand te plaatsen, omdat die slang door de keel op den duur onhygiënisch werd, ondanks het regelmatige doorspoelen.
Zakken voor de sliktest
Regelmatig kreeg ik in het ziekenhuis een sliktest. Dan moest ik een slok water nemen terwijl de arts met een camera via mijn neus meekeek of het de goede kant op ging. Drie keer zakte ik voor die test. Een gezond persoon begint direct hard te hoesten als er iets in de verkeerde pijp schiet. Ik had in het begin helemaal geen prikkel, en later veel te weinig reflex en kracht om het op te hoesten. Het herstel hiervan was dus cruciaal.
Kerst uit de blender
Pas veel later kreeg ik verdikkingsmiddel. Eindelijk kon ik weer wat drinken: koffie, water, bier, eigenlijk alles, zolang die troep er maar doorheen zat. Het was een heel gedoe, maar ik was allang blij dat ik weer wat vloeibaars binnenkreeg. Met Kerst mocht ik naar huis om het bij mijn zus te vieren. De hele maaltijd moest in de blender. Vast voedsel mocht, mits het vloeibaar was gemaakt. Dus de aardappelen en de schnitzel gingen zo de blender in. Dat klinkt vies, maar geloof me: als je na zo’n tijd eindelijk weer mag meedoen aan tafel, neem je dat op de koop toe.
Een eigenwijze actie met resultaat
Tijdens latere weekenden thuis was ik het op een gegeven moment zo zat. Het was absoluut onverstandig, maar uit pure frustratie over de constante teleurstellingen heb ik toen een flesje bier onverdund opgedronken. Ik dacht: als het misgaat, merk ik het morgen wel. Gelukkig liep dat goed af. Vrij kort daarna kreeg ik opnieuw een sliktest en die was eindelijk positief. De geplande operatie kon worden afgeblazen, de sonde ging er snel uit en ik kon me volledig richten op normaal leren eten.
De situatie nu
Kan ik inmiddels weer alles eten en drinken? Ja, maar het blijft topsport. Ik moet bij elke hap of slok bewust nadenken en mijn hoofd iets optillen tijdens het slikken, anders gaat het mis. Gelukkig is de hoestprikkel inmiddels helemaal terug. Als ik me nu verslik—en dat gebeurt nog regelmatig—voel ik dat meteen en heb ik weer genoeg kracht om het op te hoesten. Het klinkt soms alsof ik erin blijf, maar het valt reuze mee.