Wie heeft er ook alweer nachtdienst? (Een lesje geduld)

Gepubliceerd op 10 juni 2026 om 17:52

De eerste periode na mijn hersenstaminfarct was een tijd van enorme negativiteit en onzekerheid. Maar in alle ellende gebeurden er ook dingen waar we heel hard om moesten lachen. Het zijn die momenten die de scherpe randjes er een beetje vanaf haalden. Een wandelingetje met een knipoog.

Ik revalideerde destijds bij Het Roessingh. Mijn toenmalige vriendin nam me in mijn rolstoel mee voor een wandeling in het park aan de overkant. Terwijl we daar liepen, vroeg ze: "Weet jij eigenlijk welke zuster er vanavond nachtdienst heeft?" Omdat ik mijn armen niet kon bewegen en niet kon praten, was communiceren een heel karwei.

 

We gebruikten een letterkaart:

zij wees de letters één voor één aan, en ik gaf een seintje door te knipperen met mijn ogen als ze bij de juiste letter was. Eigenlijk spelde zij het dus voor mij uit. Heel geduldig spelde ze zo de naam: J - A - J - AZe keek me aan en dacht dat ik een foutje maakte. Ze vroeg het nog eens, en nog eens. En elke keer spelde ik via haar vinger en mijn geknipper weer hetzelfde: J - A - J - AIk zag haar irritatie groeien. Ze dacht waarschijnlijk dat ik haar in de maling nam of dat ik het gewoon niet wist (zo van: "Ja ja, laat maar"). Ze werd er zelfs een beetje kribbig van en reed me geirriteerd terug naar mijn kamer. De grote onthulling We reden de hal op richting mijn kamer, en daar hing het grote bord waarop de namen van de verpleging stonden. In grote letters stond er bij de nachtdienst: Zuster B. Jaja. Mijn toenmalige vriendin schrok zich verrot! Ik had het al die tijd gewoon goed gespeld. Ze verontschuldigde zich meteen en we hebben er daar op de gang ontzettend hard om gelachenZelfs nu, jaren later, komt dit verhaal nog wel eens ter sprake. En elke keer als het erover gaat, kunnen we er nog steeds heel hard om lachen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb